omgaan met veranderend lichaam
Psyche

Hoe ga ik om met mijn veranderende lichaam?

Ik kijk in de spiegel. Kijk nog eens. Ik ben het, maar toch ook niet. Mijn lichaam is in korte tijd erg veranderd. Mijn hersens kunnen dit proces niet bijbenen. Ze zijn gewend aan een ander beeld. Een beeld waarin de anorexia overheerste en niet alleen bezit had genomen van mijn geest, maar ook dicteerde hoe mijn lichaam eruit moest zien. Inderdaad, zo dun mogelijk en het liefst zo mager dat de dood bijna voelbaar in mijn nek hijgde. Uiterst zieke gedachten, die nu gelukkig naar de achtergrond zijn verdwenen. Maar nu? Nu moet ik leren leven in een lijf dat niet als het mijne voelt. Hoe ik dat doe en wat jij kunt doen? Je leest het in deze blog.

Het nieuwe normaal

Allereerst: het is normaal dat je niet direct staat te juichen dat je herstelt in gewicht. Je anorectische mindset is er namelijk nog steeds. Je hersens hebben tijd nodig om de nieuwe ‘boodschap’ te verwerken, namelijk dat je lichaamsbeeld letterlijk is veranderd. Ik merk dat mijn zelfbeeld hier wat achteraan sjokt. Mijn spiegelbeeld is anders en ik kan hier nog niet aan wennen. Gelukkig sta ik er niet alleen voor en steunen mijn man, familie en vrienden me door naar me te luisteren en door me aan te moedigen om door te gaan op de ingeslagen weg. Daarover gaat ook mijn eerste tip.

Doorgaan en doorzetten

Blijf doorgaan op het ingeslagen pad. (Ik zeg dit zowel tegen mezelf als tegen jou). Blijf eten en goed voor jezelf zorgen. Je lichaam heeft dit zó nodig. Jarenlang heb je het voedingsstoffen ontzegd. Jarenlang heb je je lijf afgebeuld. Je lichaam takelde af. Het heeft tijd nodig om weer op krachten te komen. Dat is geen proces van weken, maar van maanden en misschien wel een jaar. Laat je niet ontmoedigen door deze ‘tijdslijn’, maar zet door. Dwars door de angst heen, dwars door al die negatieve gedachten die je hoofd bevolken. Het zijn ‘slechts’ gedachten en gedachten kun je beïnvloeden. Bedenk een mantra dat je kunt herhalen én weer herhalen. Bijvoorbeeld: ‘Het is goed wat ik doe’ of ‘Ik ben op de goede weg’ of ‘Mezelf laat ik niet meer in de steek’. Bedenk een zin die bij jou past.

Accepteer de veranderingen

Dit vind ik zelf het moeilijkste aspect van gewichtsherstel: accepteren dat het zo is en dat het goed is. De anorexia heeft jarenlang geroepen hoe fout ik bezig was als ik (meer) at. En nu, nu zou ik moeten accepteren dat mijn lijf verandert? Hoe moeilijk is dat? Heel moeilijk! Maar, niet onmogelijk. Ik ben op een ontdekkingstocht waarbij de centrale vraag is: ‘Hoe kan ik samenleven met mijn lichaam in plaats van er steeds een hekel aan te hebben?’ Ik heb hét antwoord nog niet gevonden. Wat ik merk, is dat het mij helpt om te doen wat ik graag doe, namelijk schrijven. Dit zorgt ervoor dat ik afgeleid ben van mijn lijf en dingen doe die fijn voelen. En ja, hier heb ik mijn lijf bij nodig. Mijn hersens om na te denken, mijn vingers om te typen, mijn billen om rustig op te zitten. Zo bezien is mijn lijf heel functioneel voor mij bezig. Dat maakt het voor mij gemakkelijker om te accepteren dat mijn vormen zijn veranderd.

Milder zijn

Mijn therapeute adviseerde me om milder te zijn naar mezelf. Om niet steeds te vechten tegen de negatieve gedachten en gevoelens over mijn lijf. Om mijn veranderende lijf te omarmen, zonder dat ik daarmee hoef te zeggen dat ik alles goed en fijn vind aan mijn lijf. Het gaat er volgens haar om, dat ik een meer open houding aanneem, zonder al die veroordelende gedachten. Elk gevoel, elke gedachte mag er zijn. Daar hoef ik niet steeds tegenin te gaan. Ik hoef niet direct iets te doen om mijn vervelende gedachten te ‘fixen’. Dat kost alleen maar energie. Ik kan nu denken: ‘Ik raak toch nooit gewend aan dit lijf’. Ik kan ook denken: ‘Ik merk dat ik tijd nodig heb om te wennen aan de veranderingen die mijn lijf doormaakt.’ Hoor je het verschil in toon?  

Blijf toegewijd

Herstel is nodig. Broodnodig. Wees en blijf daarom toegewijd aan je herstel. Dit betekent dat je je nu misschien in een schemerzone begeeft waarin lichaam en geest niet op een lijf zitten. Dat kan, dat mag. Weten dat je je in deze zone bevindt, kan al helpen om hiermee te dealen. Ik merk dat ik, ondanks de moeite met mijn veranderde spiegelbeeld, doorga met eten. Ik blijf de veranderingen doorvoeren. En doordat ik dit doe, wordt de anorexiastem steeds meer een fluisterstem en is ze geen bulderende en schreeuwende stem meer die alles kapot maakt wat ik probeer te herstellen.

Tot slot

Gedraag je alsof je lichaam in jouw ogen oké is. Goed zoals het is. Niets meer en niets minder. Als ik mezelf voorhoud dat mijn lijf er mag zijn, gaan mijn hersens dit ook geloven en worden er nieuwe neurale paden in mijn hersens gevormd. Paden die me vertellen dat mijn nieuwe lijf goed is. Dat ik er mag zijn. En dat geldt ook voor jou: je mag er zijn!

2 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.