Psyche

Hoe om te gaan met situaties die de anorexia triggeren?

Triggers zijn eigenlijk alle prikkels die je raken. Je voelt je onveilig, onzeker, onprettig, ongehoord, ongezien of onbegrepen. Deze nare gevoelens zijn te zwaar om mee om te gaan, waardoor je er van wegvlucht, naar de anorexia. Op het moment dat je een trigger ervaart, neemt de kracht van de anorexia toe, moet je meer en mag je minder.

Triggers

Er zijn verschillende soorten triggers, die allen een emotionele impact op je hebben. Het gaat vaak om gebeurtenissen waar je gevoelig voor bent. Denk aan situaties die te maken hebben met gewicht of eten. Het is belangrijk om te weten wat jou triggert, zodat je er actief aan kunt werken om met deze trigger om te gaan. Om het begrip trigger nog duidelijker te maken, heb ik een aantal voorbeelden opgeschreven.

Triggers zijn bijvoorbeeld:

  • Iemand zegt dat je er goed uitziet. (Jij denkt: ‘Hij/zij vindt me dik.’)
  • Je ziet magere vrouwen of mannen op Instagram. (Jij denkt: ‘Hij/zij is veel dunner dan ik.’)
  • Je vriendin gaat met een andere vriendin naar de bioscoop. (Jij denkt: ‘Zie je, ik ben niet leuk genoeg.’)
  • Je wilt een Engelse toets halen op school en bent hier gestrest over. (Jij denkt: ‘Ik ga het toch niet halen.’)
  • Je gewicht is toegenomen. (Jij denkt: ‘Ik ben te dik.’)
  • Je vader wordt boos op je, omdat je weigert te eten. (Jij denkt: ‘Hij begrijpt er ook niets van!’)
  • Je hebt ruzie met je beste vriend(in). (Jij denkt: ‘Zie je wel, ik ben een vreselijk mens.’)

Bij alle gedachten, die achter de triggers staan, kun je opmerken dat er sprake is van een gering gevoel van eigenwaarde en van weinig zelfvertrouwen. Je twijfelt aan jezelf, aan je capaciteiten, aan je ‘vriendschapswaarde’. Maar kloppen die gedachten wel? Nee! Zo’n gedachte is eigenlijk een signaal dat het fout gaat in je hersenen en dat je voor jezelf moet opkomen.

Hoe ga je om met triggers?

  1. Daag je gedachten uit
  2. NIVEA
  3. Praat erover

1. Daag je gedachten uit

Je denkt die negatieve gedachten, omdat je negatief over jezelf denkt. De ander doet niet per se iets negatiefs, maar jij interpreteert het als negatief, omdat iets in jou wordt geraakt door de ander. En dat doet pijn. Je hebt geen invloed op wat de ander zegt of doet, dat bepaalt hij/zij immers zelf. Je hebt wél invloed op de manier waarop je omgaat met wat de ander zegt of doet. De volgende vragen kunnen je stimuleren om je gedachten uit te dagen en er helpende gedachten tegenover te zetten.

  • Is deze gedachte 100% waar? Welke aanwijzingen heb ik hiervoor?
  • Is er ook een andere verklaring mogelijk? Wat zou ik tegen een vriend(in) zeggen die dit aan me vertelde?
  • Wat als het waar is, wat is dan het ergste dat er kan gebeuren?
  • Helpt deze gedachte me om me beter te voelen of positiever te denken?
  • Welke helpende gedachte kan ik hier tegenover zetten?

Door de niet-helpende gedachten te vervangen door helpende gedachten voorkom je dat je jezelf met de grond gelijk maakt en de relatie met de ander afbrandt. Je hoeft je dan niet alleen en waardeloos te voelen. Met negatieve gedachten trek je dingen uit zijn verband en interpreteer je dingen en mensen negatief.

Een voorbeeld van helpende gedachten:

Je zit aan tafel met je ouders. Je weigert te eten, en je vader wordt boos op je. ‘Eet nou toch eens wat, dat is goed voor je!’ zegt hij. Je denkt dat je vader je niet begrijpt, anders zou hij dat nooit zeggen. Zo simpel is eten niet voor jou! Deze niet-helpende gedachten kun je vervangen door helpende gedachten: ‘Mijn vader is bezorgd’, ‘Mijn vader kan ook niet begrijpen hoe moeilijk eten is, want voor hem is het een vanzelfsprekendheid.’ ‘Mijn vader wil dat het goed gaat met zijn dochter.’

2. NIVEA

Een belangrijke regel in de communicatie is NIVEA smeren. Dus: Niet Invullen Voor een Ander. Het is heel gemakkelijk om een situatie negatief of in jouw nadeel in te vullen en te denken dat iets aan jou ligt of dat je niet aardig bent. De enige manier om erachter te komen of het klopt wat je denkt, is door navraag te doen. Vraag na wat de ander bedoelt als hij/zij zegt dat je er goed uitziet. Wat ziet hij/zij precies? Geef aan wat je dénkt te horen en hoe je je voelt. ‘Ik merk dat ik bang ben dat je denkt dat ik … Hierdoor voel ik me onzeker/bang/verdrietig.’ Luister vervolgens naar de uitleg of toelichting van de ander. Neem aan wat hij/zij zegt.

3. Praat erover

Als je geen navraag kunt doen, bijvoorbeeld omdat de ander een voorbijganger was of omdat het puur een gedachte van jezelf is, is het belangrijk om erover te praten. Als je zwijgt, krijgt de anorexia alle ruimte om te heersen en regeren. Door te praten over je gedachten en gevoelens, is de kans kleiner dat de anorexia aan je gaat of blijft trekken. Ik praat vaak met mijn partner en beste vriendin over hoe ik me voel, zodat ik niet toe hoef te geven aan gedachten zoals ‘Ik kan maar beter niets meer eten’ of ‘Ik moet eigenlijk gaan bewegen’. Als praten even niet lukt, kun je afleiding zoeken door iets te doen wat je fijn vindt. Daarna ontstaat er mogelijk weer ruimte om wel te praten en de niet-helpende gedachten een halt toe te roepen.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.