Psyche

‘Ik voel me een faal-anorect.’ Hoe deze gedachte je belemmert en wat je ertegen kunt doen

Ik heb gefaald. Ik ben niet dun genoeg.

Ik heb gefaald. Ik beweeg te weinig.

Ik heb gefaald. Ik ben niet ernstig ziek.

Het is bizar hoe je kunt verlangen naar het worden van een ‘goede’ anorect. Eentje die écht dun is en écht ziek. Als ik het zelf niet had meegemaakt en nog meemaak, zou ik het niet geloven. Maar het is waar. Ook ik moest dun genoeg zijn. Zo dun dat ik zou balanceren op het randje van leven en dood. Ik zou bijna kunnen zeggen: ‘Ik ben zelfs niet dood gegaan, dus zo erg is het met mij nog niet’. Een uiterst zieke en kromme gedachte, realiseer ik me nu.

Anorexia als prestatie

De strijd die je met de anorexia voert, heeft iets weg van een wedstrijd. Een marathon die je moet lopen en waarbij je het liefst nummer een wilt worden. Je oefent, zweet, rekt, strekt en traint totdat je in topconditie bent en je kans op een titel het grootst is. Je wilt een goede prestatie neerzetten en niet onderdoen voor de andere marathonlopers. Anorexia gaat echter voorbij aan alles wat gezond en goed voor je is. Het voelt als een prestatie als je dun of misschien wel de dunste bent, maar in feite richt je jezelf ten gronde. De anorexia schreeuwt met een megafoon in je oor dat je door moet lopen, door moet zetten en vooral niet moet stoppen. Je moet de beste zijn. Je moet presteren. Als je dat niet doet of niet op nummer een eindigt, verdien je de titel ‘faal-anorect’. En die twijfelachtige eer wil je niet.

Nooit goed genoeg

Anorexia is een ernstige ziekte. Dat weet je allang. Je kúnt echter niet falen, want ziek is ziek. En dat is erg genoeg. Daarbij komt dat je nooit maar dan ook nooit dun genoeg zal zijn in de ogen van de anorexia. Wat je ook doet om haar tegemoet te komen, het is niet goed genoeg. Hoe dun of hoe ziek je ook bent, de anorexia pakt haar zweep en slaat je ermee totdat je doet wat ze je opdraagt. Ze deinst nergens voor terug. Ze grijpt je bij je keel en ze laat niet meer los. Totdat het te laat is en je lijf het opgeeft.

Oefenen in compassie

Het tegengif tegen zoveel haat, is compassie met jezelf hebben. Onder ogen zien hoe je lijdt onder de anorexia en hoe ze je vastzet, en je realiseren dat je dit echt niet wilt. Dat je dit niet verdient. Je verdient liefde, zorg en aandacht om wie je bent. Niet alleen van anderen, maar ook van jezelf. Compassie kun je zien als een vorm van medeleven, die je, als de anorexia je te pakken heeft, vaak nog wel voor anderen op kunt brengen, maar niet voor jezelf. Compassie zit in kleine dingen zoals gaan zitten in plaats van blijven staan, je huid verzorgen met een bodylotion, opschrijven waar je dankbaar voor bent en praten over je gedachten en emoties. Je geeft jezelf en je lijf wat het nodig heeft om zo je lijden te verlichten.

Stop met etiketteren

Stop met het etiketteren van jezelf als ‘goed’ of ‘fout’. Je bent er en je mag er zijn. Maak contact met anderen en stel je open voor werkelijk contact. De ander en jij willen allebei hetzelfde: een gelukkig en prettig leven.

Sta stil bij wat je doet en kunt

Denk eens na over wat je allemaal doet en kunt, los van de anorexia. Je bent bijvoorbeeld een behulpzame en liefdevolle vriendin, je kunt tekenen, je bezoekt je oma elke week, je schrijft gedichten. Het gaat erom dat je weer meer jezelf wordt en doet waar je blij van wordt. Dat plezier zal er in het begin misschien nog niet zijn. En zeker niet als de bestraffende stem van de eetstoornis erdoorheen praat. Maar, heb geduld, het plezier komt terug als je iets vaker doet of merkt dat iets je goed afgaat. En het gaat hierbij niet om grootse prestaties, maar om kleine dingen zoals het bieden van een luisterend oor.

2 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.