Psyche

‘Met mij is niets aan de hand.’ Anosognosie bij anorexia

Ik geloofde, nee, sterker nog, ik was ervan overtuigd dat er met mij niets aan de hand was. Ziek? Ik? Welnee! Ik had geen probleem. Met mij was niets mis. De ander vergiste zich enorm en zag dingen die er niet waren. Ik hoefde niet ‘beter’ te worden, want ik was niet ziek. Nu weet ik dat ik last had van anosognosie: een gebrek aan inzicht in de ernst van de eetstoornis.

Geen ontkenning

Anosognosie is een aandoening van de hersenen en wordt veroorzaakt door ondervoeding. Er is sprake van een neurobiologische oorzaak. Als ik zeg dat ik niet ziek ben, is dit géén ontkenning. Dit is namelijk een psychologisch afweermechanisme. Ik zag niet in dat er iets mis was, zelfs niet toen ik in de kliniek zat. Ik dacht dat ik na twee weken wel weer naar huis kon. Deze gedachte bleek niet te kloppen. Wat ik zei (‘niets aan de hand’) klopte niet met wat ik deed (minder eten, veel bewegen) en met hoe ik eruit zag.

Niet willen of niet kunnen?

Ik wilde niet herstellen. Hoe kun je iets willen dat in jouw ogen totaal niet nodig is? Met mij ging het gewoon goed. Ik redde me wel. Het gevaar is, dat anderen denken dat je niet wíl herstellen. Ze zien iemand die er slecht aan toe is, maar die niets wil doen om het tij te keren. Maar, ik zag niet in dat ik ziek was, dus ik kón ook niet herstellen. Hier had ik immers geen reden toe. Mijn hersens namen een loopje met me. Ik zag alleen hoe ik er uitzag en in mijn ogen was dat dik.

Wat helpt?

Je kunt anorexia zien als een ontvoerder, die het brein gevangen houdt. De ontvoerder zal nare dingen schreeuwen als je haar tot de orde probeert te roepen. Tegelijkertijd hoort de gijzelaar wat je zegt, en dit kan haar geruststellen. Wat verder kan helpen:

  • Vertrouw niet op mijn mening. Ik hou je niet voor de gek en ben geen leugenaar, maar mijn hersens laten me iets geloven wat niet waar is.
  • Blijf in mij als persoon geloven. Heb vertrouwen in het gezonde deel in mij.
  • Bewaar je geduld, ook al zeg en doe ik dingen die je irriteren of als ik defensief reageer. Jouw ongeduldige of boze reacties kunnen de anorexia namelijk versterken.
  • Vertel en herhaal dat je om me geeft of van me houdt.
  • Luister naar mijn behoeften, niet naar mijn woorden.
  • Wees duidelijk en direct naar mij toe. Als ik weet waar ik aan toe ben, voel ik me veiliger en minder bang.
  • Probeer me niet te overtuigen van het feit dat ik ziek ben. Mijn hersens geloven het niet.
  • Stimuleer me om te beginnen met of door te gaan met een behandeling. Ik heb hulp nodig om uit de ondervoede toestand te komen, me fysiek sterker te voelen en om weer helder na te kunnen denken.

Mijn rol

Ik zal moeten leren vertrouwen op de mensen om mij heen, die het beste met mij voor hebben en willen dat ik me beter voel. Zij zien hoe ik er werkelijk aan toe ben. Ik zal elke dag opnieuw die moeilijke eerste hap moeten nemen en dan (letterlijk en figuurlijk) door moeten bijten en door moeten gaan. Door mezelf te voeden, kunnen mijn hersens en lijf zich herstellen. Er ontstaat dan ook weer ruimte om inzichten op te doen, en om te zien hoe het werkelijk met me gaat. Het is en blijft een eenzame strijd, omdat het een onzichtbare strijd is, die zich in mijn hoofd afspeelt, maar ik hoef het niet alleen te doen. Dat geldt ook voor jou!

4 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.