Psyche

Opgenomen in het ziekenhuis. Hoe ik graag wil dat je met me omgaat.

Ik ben een aantal keer opgenomen op de interne afdeling van een ziekenhuis. Ik kijk hier met gemengde gevoelens op terug. Er waren twee verpleegkundigen die er, naar mijn gevoel, echt voor me waren. De anderen leken niet goed te weten hoe ze om moesten gaan met iemand met een eetstoornis. Dit leverde ongemakkelijke situaties en opmerkingen op. Ik had gelukkig een fijne diëtiste met wie ik goed kon praten. Ze gaat binnenkort een lezing geven aan de verpleegkundigen en artsen van de interne afdeling over eetstoornissen. Ze heeft me gevraagd om op te schrijven hoe ik zou willen dat er met me wordt omgegaan. Dit heb ik gedaan, en ik wil dit graag met je delen, in de hoop dat het jou ook helpt als je te maken krijgt met begeleiders die niet veel ervaring hebben met iemand met een eetstoornis.

Interesse tonen

Wat ik fijn zou vinden, is als je oprechte interesse in mij als persoon toont. Je mag me vragen stellen, alleen weet ik niet of ik alle vragen kan en durf te beantwoorden. Ik moet jou immers ook leren kennen en ik wil het gevoel hebben dat ik jou kan vertrouwen. Maar kom alsjeblieft af en toe bij me langs en vraag me hoe het (werkelijk) met me gaat. Ik voel me heel alleen met die duivelse eetstoornisstem in mijn hoofd. Ik vind het fijn als je deze stem doorbreekt door zelf iets te vertellen over iets wat niets met eetstoornissen te maken heeft.

Op de hoogte zijn

Ik weet dat een eetstoornis moeilijk te begrijpen is. Daarom is het prettig als je er iets over weet, als je je verdiept hebt in het onderwerp. En als je iets wilt navragen, doe dat gerust. Ik heb niet alle antwoorden, maar ik kan wel vanuit mijn beleving vertellen hoe de eetstoornis mij dwarszit. Ik vind het fijn als je naar me luistert en echt wilt horen wat ik te vertellen heb, zonder te oordelen. Ik veroordeel mezelf al zo erg.

Mijn controledrang

Realiseer je dat ik controle over mijn leven, gedachten en emoties probeer te krijgen door het (niet) eten. Als ik bij jou, in het ziekenhuis ben, word er ingegrepen en heb ik het gevoel dat ik de controle verlies. Dat maakt me angstig. Ik wil weten waar ik aan toe ben en kan dwingend worden als je me geen antwoorden geeft of afwijkt van mijn normale routine. De eetstoornis zal proberen met jou te onderhandelen, maar houd je aan de gemaakte afspraken en leg me zo nodig uit waarom die afspraken er zijn.

Geef grenzen aan

Weet dat ik diep vanbinnen echt wel beter wil worden, maar niet durf. De eetstoornis is mijn copingmechanisme geworden en het voelt alsof ik in een zwarte leegte val als ik ben overgeleverd aan jouw zorg. Vertel me daarom steeds wat je doet en waarom je dit doet. En geef je grenzen aan. Wat kan en mag niet of juist wel? Wees hierin duidelijk, want de eetstoornis pakt elke ruimte die ze krijgt.

Geduld

Probeer je geduld te bewaren, ook al doe ik dingen die je mogelijk niet fijn vindt, zoals mijn sonde eruit trekken, braken of steeds bewegen. Blijf me steunen en leef je in in mijn situatie, mijn angsten en onzekerheden. Ik verwacht niet dat je ze begrijpt, maar wel dat je er voor me bent als ik het moeilijk heb. De eetstoornisstem is zo luid, en ik moet zoveel, dat is enorm zwaar, zeker in mijn eentje.

Vermijd sommige onderwerpen

Uit mijn onzekerheid over hoe ik eruit zie, kan ik je bijvoorbeeld vragen of je me dik vindt, of dat je vindt dat ik te veel heb gegeten. Maar, eerlijk gezegd, is geen enkel antwoord goed, want ik weerspreek het toch in mijn hoofd. En, jouw positief bedoelde opmerkingen, kan ik negatief interpreteren. Opmerkingen over gewicht, lichaamsomvang en (hoeveelheden) eten, kun je beter niet maken. Mijn eetstoornis gaat hiermee aan de haal. Zeg dat je het bijvoorbeeld niet wilt hebben over hoe ik eruit zie, maar dat je mij wilt leren kennen. Mij, als persoon. Of leid me af door over iets anders te beginnen. En als ik je dezelfde vragen stel, geef aan dat je weet dat je nooit het juiste antwoord kunt geven. Dat de eetstoornis nergens mee tevreden is.

Luister naar me

Vraag me hoe je me kunt ondersteunen of helpen. Voor mij is een luisterend oor al heel waardevol. Ik wil mijn zorgen, kwellende gedachten en soms overweldigende gevoelens met je kunnen delen en weten dat ik bij jou gehoor vind. Vermijd het ‘reddende engel syndroom’, want de kans is klein dat mijn eetstoornis ineens of door jou overgaat. Ik vind het vooral fijn als je met je volle aandacht naar me luistert.

Help me relativeren

Wat ik ook fijn vind, is als je me helpt om te relativeren. Ik kan zo verstrikt zitten in mijn gedachten rondom eten, gewicht ed., dat ik niet meer zie wat écht belangrijk is. Vraag me naar mijn hobby’s, mijn studie of werk, zodat ik kan denken aan dingen die ik leuk vind om te doen, of die me goed afgaan. Dat biedt een ander perspectief en zorgt dat ik de eetstoornis gedachten heel even kan stoppen.

Welke ervaringen heb jij? En welke tips? Ik hoor ze graag!

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.