Psyche

‘Vind je me dik?’

Deze vraag heb ik zo vaak gesteld aan mijn naasten. Zo vaak. Meerdere keren per dag. Ik was een hangende grammofoonplaat en wat de ander ook zei, het antwoord was nooit goed. Als mijn man zei dat ik niet dik was, hoorde ik: ‘je bent niet dun’. Als hij zei dat ik er gezonder uitzag, hoorde ik: ‘je bent dik’. En ja, zo vertaalde ik alles negatief in mijn door anorexia bezette geest.

Als iemand tegen me zei dat ik dun was, zei ik:

‘Ik ben helemaal niet dun!’

Of:

‘Je hebt me nog nooit naakt gezien, dus dat kun je niet weten.’

Of:

‘Je durft me zeker niet de waarheid te zeggen?’

Of zelfs:

‘Je liegt!’

Krom maken wat (op)recht is

Ik realiseer me nu hoeveel ik van mijn naasten vroeg. Ze probeerden het ‘juiste’ antwoord te geven, er voor me te zijn en me te steunen. Mijn gedachten maakten echter elke (op)rechte opmerking krom. De anorexia deed er daarna nog graag een schepje bovenop. Als ik mijn man vroeg of ik dik was, zei hij soms dat hij geen antwoord wilde geven, omdat zijn antwoord nooit goed was. Hij heeft gelijk. En toch, toch wilde ik horen dat ik NIET DIK WAS….om dit vervolgens weer tegen te spreken.

Niet vragen

Mijn punt is dat het geen zin heeft om jouw beeld te toetsen aan dat van een ander. Jullie beelden zullen, zolang de anorexia de scepter zwaait, niet met elkaar overeen komen. Ik vind het moeilijk om niet te vragen wat een ander van mijn omvang en lijf vind, maar ik leer steeds beter en vaker om mijn mond te houden. Ik weet dat ik nooit de bevestiging zal krijgen die ik wil, omdat ik zelf de keuze maak om niet te geloven wat de ander zegt. Ik kies ervoor om te geloven wat mijn anorectische gedachten mij influisteren. Het is dan ook aan mij en aan niemand anders om hier tegenin te gaan. Om positieve, gezonde gedachten tegenover al die negativiteit te zetten.

Maakt het uit?

Vraag je eens af of het uitmaakt hoe dik of dun je bent. Je veert nu mogelijk op van je stoel en zegt: ‘Ja, natuurlijk!’ Je wilt immers dun zijn. Maar, daar bega je een denkfout. De anorexia wil dat je dun bent. Jij wilt dat helemaal niet. Jij wilt gezond zijn en een vervuld leven leiden. De (harde?) waarheid is dat het niemand iets kan schelen hoe je eruit ziet. Als je je maar gelukkig voelt! En de kans is klein dat je nu, nu de anorexia je geest heeft overgenomen, gelukkig bent.

Nooit goed genoeg

In de ogen van de anorexia is het nooit goed genoeg. Ben ik nooit dun genoeg. Er kan altijd nog wat af en zelfs als ik dood ben, ben ik nog niet dun genoeg. Zo is het. En wat heb ik eraan? Niets! Op het randje van de dood balanceren levert me een toestand op waarin ik overleef. Waarin ik een leeg omhulsel ben en tot niets kom, behalve aan eten denken en zoveel mogelijk bewegen, al wordt dit op een gegeven moment steeds moeilijker. Daarom zeg ik: ik heb een keuze. Jij hebt een keuze. Ga in tegen wat de anorexia je vertelt. Wat kan helpen, is om positieve eigenschappen van jezelf op te schrijven, of aan anderen te vragen welke positieve eigenschappen ze bij jou zien (en deze niet direct gaan tegenspreken!). Het klinkt mogelijk als een irritante opdracht, maar alles wat je kan helpen om positiever naar jezelf te kijken is mooi meegenomen, toch?

Afleiding zoeken

Ik blijf het zeggen: zoek afleiding. Ga dingen doen die jou een goed gevoel geven. Werkelijk een goed gevoel. Die ellenlange wandelingen geven je geen goed gevoel. Die beulen je af en vragen meer van je dan je aankunt. Doe iets waar je echt blij van wordt. Voor mij is dit schrijven en als ik het kon, zou het tekenen zijn. Door tijdschriften bladeren vind ik ook fijn. Even mijn gedachten verzetten. Misschien luister je graag naar muziek, of kijk je series op Netflix. Het maakt niet uit, als je er maar een goed gevoel van krijgt. Je zult merken dat de anorexia dan minder ruimte krijgt. Des te meer jij doet wat jíj wilt, des te minder heeft de anorexia het voor het zeggen.

Heel veel succes!

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.